Functies van de jeugdliteratuur

Als lezer

1 Maatschappelijke functie: emanciperende functie 
Als ik kijk naar de maatschappij waarin wij leven, lijkt het mij toch nodig eens vragen te stellen bij sommige waarden en normen die ons worden opgelegd. Een voorbeeld daarvan is het feit dat vrouwen vroeger geen stemrecht hadden. Kritisch denken zorgt voor vooruitgang en verbetering waar nodig.
 
2 Intellectuele functie: informatieve functie
Ik vind het belangrijk om iets bij te leren van een boek. Dit kan je op verschillende manieren doen maar de voornaamste of meest opvallende blijft toch steeds via rechtstreekse informatie-overdracht. Wanneer ik een goed boek lees waarin bijvoorbeeld historische weetjes voorkomen, ga ik dat veel sneller onthouden. Ik heb na zo’n ervaring ook echt het gevoel dat ik iets bijgeleerd heb, omdat ik die informatie exact kan benoemen. Wanneer je een verhaal leest waarin het thema ‘ethiek’ naar voren wordt gebracht leer je óók veel bij, maar kan je die aangeleerde zaken vaak niet exact beschrijven of benoemen. Je hebt dus veel minder sterk het gevoel kennis te hebben vergaard. 
 
3 Intellectuele functie: creatieve functie
Het is moeilijk een nut te koppelen aan creativiteit, ik vind het gewoon leuk als de lezer ruimte krijgt voor eigen interpretatie. Men kan het hoofdpersonage vormen naar eigen smaak en dus veel beter laten aansluiten bij eenieders wensbeeld. Men voelt zich volgens mij dan ook sneller verbonden met het boek. Open eindigen vind ik af en toe wel kunnen. Vaak baal ik op die laatste pagina: het boek eindigt maar het verhaal niet. Achteraf ben ik eerder opgelucht dat ik nog kan blijven nadenken, terugblikken en fantaseren over hoe het waarschijnlijk wel of niet zou aflopen. Een boek blijft gewoonweg veel langer hangen. 

 

Als toekomstige leerkracht

A Formele functie: literatuur als taalwervend proces 
Als leerkracht Nederlands wil je natuurlijk dat je leerlingen bekend zijn met de taal. Leerlingen gaan die kennis later in de maatschappij constant nodig hebben. Het is dan ook vanzelfsprekend dat je niet enkel de specifieke aspecten, ontleding en opbouw van een taal gaat behandelen maar ook toepassingen van het Nederlands, bijvoorbeeld literatuur. Voor leerlingen is het ook een welkome afwisseling ten opzichte van de vele identieke oefeningen op bijvoorbeeld zinsleer.
 
B Psychologische functie: identificatie/Lebenshilfe
Aan deze functie hecht ik zoveel belang omwille van het feit dat ze bijdraagt tot het ontwikkelingsproces van de leerlingen. Een kind ervaart nieuwe, onbekende situaties waarin het niet weet hoe het zich moet gedragen. De pubertijd is daar een goed voorbeeld van: kinderen leren voor het eerst omgaan met probleemsituaties op school of in hun vriendenkring. Personages uit boeken kunnen dan voorbeeldfiguren zijn. Ook empathische vermogens van kinderen kunnen veel sterker benadrukt worden door bepaalde verhalen. Kinderen gaan hun eigen identiteit ontwikkelen en dergelijke voorbeelden kunnen in die ontwikkeling meespelen.