Gedichtanalyse: Tonnus Oosterhoff

VOORSTELLING
Oosterhoff, Tonnus (1953-heden), afkomstig uit Nederland
BUNDELS
- Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 2003
- Ware grootte, 2008
- Leegte lacht, 2011
THEMA’S
- zwartgalligheid, kritiek op de maatschappij (lichte satire), spotdrijvend maar toch humoristisch... (Leegte lacht)
- de mens in vergelijking met de wereld (verblekend), minuscuul, het vorderen van het leven (Ware grootte)
- het leven, de jeugdigheid en de ouderdom, op een lichte wijze entropisch denken (De boerentijger)
Oosterhoff schrijft zeer onsamenhangende, vreemde en onverwachte gedichten. Elk gedicht staat apart, ondanks de rode draad die je in elke dichtbundel terugvindt.
PRIJZEN
1. VSB Poëzieprijs (2003) voor Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen
2. P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde (2012) voor zijn volledig oeuvre
De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. De P.C. Hooft-prijs is ingesteld in 1947. Tot 1955 werd de prijs toegekend voor losse werken. Daarna werd het een oeuvreprijs (60.000 euro).
Opeens kan ik weer goed en veel lezen
stroomden opeens onderlangs
Uit: Leegte lacht (p. 32)
ANALYSE
1. TITEL
Er wordt naar het gedicht verwezen aan de hand van de eerste zin. Dit doet men vaak wanneer een echte titel ontbreekt.
2. LYRISCH IK
Het lyrisch ik wordt hier heel sterk uitgedrukt. De schrijver schrijft vanuit zichzelf en zijn eigen ervaringen. Het gedicht is niet specifiek naar de lezer gericht. De lezer kijkt eerder mee vanop de achtergrond.
3. THEMA
Het nostalgisch terugdenken aan de jeugd staat in het gedicht centraal. Een voor de hand liggend motief is hier dus nostalgie. Het lyrisch ik verlangt naar kwaliteiten van de jeugdigheid, maar wil eveneens de goede kanten van het volwassen zijn niet opgeven (laatste twee regels).
stroomden opeens onderlangs
Deze regels komen nog in twee andere gedichten in de bundel Leegte lacht voor.
Doorheen de bundel Leegte lacht wordt er kritiek geleverd op de maatschappij; dit gebeurt wel op een humoristische manier. Vandaar vermoed ik dat Oosterhoff in dit gedicht het perfecte beeld waar men naar streeft wil bekritiseren. Het lyrisch ik wil hier van twee walletjes eten. Perfectie bestaat niet. Deze boodschap wordt zachtjes overgeleverd in de laatste drie regels van het gedicht.
Van geëngageerde poëzie kunnen we niet spreken, ook al komen sommige gedichten uit de bundel wel in de buurt. Satirisch is de bundel ook niet. De gedichten zetten eerder aan tot het kritisch bekijken van de omgeving en het vormen van een eigen gedachtegang.
4. VORM, VERS EN STROFEBOUW
Het gedicht bevat 3 strofen, maar kan niet in een keurslijf worden gestoken. De poëzie van Oosterhoff houdt zich zelden aan vaste structuren. Het gedicht bestaat uit vrije verzen.
Wat wel gezegd moet worden over de vorm, is dat cursief-getypte strofen vaak voorkomen in Oosterhoffs gedichten. In dit gedicht wordt daarmee duidelijk gemaakt dat de regels eerder een intermezzo betekenen of achterliggende gedachten weergeven.
Tot slot maakt Oosterhoff vaak aanpassingen doorheen het gedicht. Zo vind je doorstreepte of vervangen woorden terug in een groot aantal gedichten. Denk aan het bekende gedicht Kritiek (uit: Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 2003). Dit is in dit gedicht niet het geval.
5. BEELDSPRAAK, STIJLFIGUREN EN SYMBOLEN
Oosterhoff maakt zeer vaak gebruik van parallellismen, enjambementen en beeldspraak. In het algemeen vindt ik dat de dichter veel stijlfiguren gebruikt.
In dit gedicht is dit echter niet het geval. Je kan een antithese bespeuren als je de positieve eerste en derde regel van de eerste strofe vergelijkt met de negatieve tweede regel van die strofe (eerzucht, de galligheid is een ziekte van vroeger, verlegenheid).
Verder werkt Oosterhoff altijd vernieuwend. In het gedicht Ik ben de dwerg (uit: Ware grootte, 2008) vind je een voorbeeld van een enjambement terug. Hij combineert dit stijlfiguur met een bekende uitdrukking ‘de koning te rijk zijn’, die hij vervolgens niet afmaakt maar de lezer wel doet nadenken.
Ik ben de kat wijs, de slang wijs, de koning te
6. RIJM EN KLANK
Van rijm kan men hier niet spreken. Het ‘verloren stroomden’ geeft wel een mooie klank weer bij het hardop lezen. Je zou kunnen stellen dat ze een dubbelrijm vormen.
Bij ‘Ik kan er mijn haar haast in kammen’ kan je verbanden tussen de klinkers (en beginmedeklinkers vinden k h h k). Echt omarmend rijm kan je niet noemen, aangezien we over één regel binnen het volledige gedicht spreken.
Tot slot vormt ‘haar haast’ een alliteratie.
Dit zou echter allemaal toevallig kunnen zijn, aangezien rijm bij Oosterhoff niet vaak voorkomt.
7. RITME EN METRUM
Ritme en metriek ontbreekt. Het gedicht bestaat dus uit vrije verzen.
In het algemeen kan je stellen dat in dit gedicht de inhoud primeert. Ik vind Oosterhoffs poëzie mooi en verfrissend. Het is moeilijk om de bedoeling van de dichter te achterhalen, wat er meteen voor zorgt de je de ruimte hebt de betekenis zelf in te vullen. Verder zijn al zijn gedichten anders. Je kan rode draden terugvinden in zijn dichtbundels, maar binnen een bepaald thema zorgt Oosterhoff nog steeds voor enorm veel variatie en verschillende invalshoeken.
Bronnen
- Stichting P.C. Hooft-prijs. (2012). Over de P.C. Hooft-prijs. Opgehaald van https://www.pchooftprijs.nl/xhtml/pchprijs.php?laureaat_id=104&jaar=2012
- VSB Poëzieprijs. (2010-2015). Geschiedenis. Opgehaald van https://www.vsbpoezieprijs.nl/zoeken.php?zoeken=true&term=oosterhoff&id=62
- Oosterhoff, T. (2008). Ware grootte. Amsterdam: de Bezige Bij.
- Oosterhoff, T. (2011). Leegte lacht. Amsterdam: de Bezige Bij.
- Oosterhoff, T. (2012). Hier drijft weg: verzamelde gedichten. Amsterdam: de Bezige Bij.